‘Mijn ongeboren tweeling wilde ik niet uit elkaar halen’

Door: Boukje Canaan

harde buikenIn 2001 was ik zwanger en ergens voelde het niet prettig… We hadden in 1999 al een gezonde dochter gekregen en die zwangerschap is heel fijn geweest. Dit keer had ik veel pijn in mijn buik en kreeg ik al harde buiken af en toe. Ik vertelde dit aan mijn verloskundige, maar die reageerde laconiek. Er werd niet naar me geluisterd. Ik was al bijna op de helft van deze zwangerschap toen ik op een morgen veel pijn en krampen voelde. 

Op de wc voelde ik dat het mis was. “Zie je nou wel? Mijn lichaam gaf al aan dat er iets niet goed zat.” Ik belde de verloskundige waarna we in haar auto met spoed naar het ziekenhuis reden. Ik voelde me goed beroerd, maar ik kon leven met het feit wanneer het nu mis zou gaan. Als gezonde en vruchtbare vrouw zou ik vast nog een kans krijgen om in de toekomst opnieuw zwanger te raken. Door deze houding kon ik dit eventuele verlies accepteren.

Op de echo was veel ‘zwart’ te zien. Tot helemaal onderin een kindje te vinden was, richting ‘uitgang’. Het hartje klopte traag. Er werd geconstateerd dat het vruchtzakje gebroken was. Er werd nog verder gezocht, want wat bleek? Helemaal bovenin, vlak bij de maag, zat nog een foetus! Ja, kindje zeggen ze daar niet… er worden klinische woorden gebruikt. EEN TWEELING!? Dat was een verrassing!

Ik gaf aan dat ik naar de wc moest, maar er werd een bedpan gebracht. En daar werd opeens een piepklein kindje geboren! Onze zoon van 19 weken oud, lag daar levenloos in mijn handen. Mijn moeder stond me bij. Ongelooflijk, alles erop en eraan! Zo klein en fragiel, maar zo perfect al. Ik heb lang gebiologeerd zitten kijken, totdat de verpleegster onze zoon meenam. Toen mijn man bij me kwam hebben we hem samen een naam gegeven: Vin.

We kregen van de dokter heel wat informatie te verwerken. Ze wilden er alles aan doen om het tweede kindje in leven te houden. Ik kreeg te horen dat bij tweelingen na de geboorte van de ene, meestal de tweede ook wil komen, maar dat wilden ze verhinderen. Dus werd ik direct aan een infuus aangesloten. Bovendien moest er antibiotica gegeven worden om infectiegevaar tegen te gaan, want ik had nu een open wond in de baarmoeder.

Ik moest proberen het tot 24 weken uit te houden, want dan is een baby levensvatbaar. Dat was nog 5 weken! “Hoe gaat het dan met mij en die open wond? Geneest dat gewoon? Overleef ik het gewoon?”, vroeg ik niet eens gekscherend. Dat konden ze niet met zekerheid zeggen. Dat begreep ik niet. “Maar ik ben al moeder, mag ik niet gewoon een abortus krijgen om hier gezond uit te komen om voor mijn andere kind te zorgen?” -” We kijken dit eerst aan”, was het afwijkende antwoord. Verdwaasd en verbluft bleef ik achter.

Mijn gedachten lieten het niet los: Heb ik geen zeggenschap over mijn eigen lijf? Over mijn eigen leven?” Wederom werd er niet naar mijn gevoelens gevraagd of deden die er niet toe. Verdriet, woede, onbegrip, onvermogen kwamen voorbij. Ik voelde me waardeloos, alsof ik daar gewoon bij het vuil werd gezet. Wat er met ‘mama’ gebeurt, dat is niet van belang… het ziekenhuis protocol om een leven te ‘redden’ moet worden gevolgd.

Ik heb die nacht veel gehuild en toen ik sliep kreeg ik vreselijke nachtmerries; we hadden een zwaar gehandicapt kind, want de longetjes en de hersens waren nooit volgroeid. Bovendien had het niet voldoende kunnen ontwikkelen vanwege die open wond in de baarmoeder. Het had moeten groeien naast een stuk rottend vlees. Het zag er niet uit!

Eenmaal wakker, worstelde ik met het idee dat dit kind de helft van een tweeling was, de helft van één geheel. Een tweeling is bedoeld samen op te groeien met elkaar. De volgende dag begon ik met overgeven. Het leek wel of mijn lichaam het van me overnam en de boodschap begreep. Na een aantal uren kreeg ik opnieuw krampen en verloor ik wederom een flinke hoeveelheid vocht. Ook dit kindje zou geboren worden, levenloos. Maar nu kreeg ik wel een keuze: wilde ik wachten op de natuurlijke bevalling of wilde ik de bevalling laten opwekken?

Ik was bereid om de pijn van de weeënstorm die de opwekkers zouden veroorzaken te doorstaan, als ik maar naar huis mocht om weer baas over mijn eigen lijf te worden en als moeder mijn dochter vast te mogen houden. Na dat uur van wachten werd Enzo vrij vlot geboren. We hadden twee jongetjes om afscheid van te nemen. Vin en Enzo.

Vergeten doen we het nooit. Vin en Enzo hebben bestaan. Bestaan in mijn buik. Ze hebben een naam ontvangen, ze hebben in mijn handen gelegen, hoe klein en fragiel ze ook waren. Ze waren perfect, met alles erop en eraan, maar nog niet klaar voor dit leven. Ik heb ze bewonderd en op mijn manier afscheid van ze genomen. Het is jammer hoe het is gegaan. Het moest zo zijn.

Onze twee kinderen die nadien nog zijn geboren, voelen een verbintenis met deze broertjes. Zij voelen dat ze mogen bestaan omdat Vin en Enzo hen een kans gaven. Mij gaven ze de kans om weer zwanger te kunnen worden. Elk jaar steken we kaarsjes aan op Wereldlichtjesdag. Ze horen er dan  weer even bij. We zijn dankbaar, want elk leven is kwetsbaar.

Afscheidsfotograaf Boukje Canaan
Prijswinnaar Freelancer of the Year 2014

10 antwoorden op “‘Mijn ongeboren tweeling wilde ik niet uit elkaar halen’”

    1. Dank voor jouw reactie! Na het schrijven en herlezen van dit verhaal moest ik nog weer flink huilen. Maar voelde ook liefde en trots
      Nog weer erkenning voor Vin en Enzo.

  1. Wat een triest, maar mooi verhaal…. Wat jammer dat de artsen zich niet kunnen verplaatsen in de gevoelens van een moeder en zo lomp en bot met je omgaan. Ook ik heb (vroeg) in de zwangerschap een miskraam gehad. Een gynaecoloog waarbij ik serieus heb overwogen om een klacht in te dienen, maar ook een zoon die met zijn 6e zintuig mij heeft overtuigd dat het een dochter geweest is. Een trieste, maar ook mooie herinnering……

    1. Dank voor het delen! Treurig dat dit soort gevoelens naar de achtergrond geschoven worden door medisch geschoolde mensen. Gelukkig is niet iedereen zo. Liefde voor de vlinders!

  2. Mooi Boukje, de diepte van je woorden komen helemaal binnen. Er mag meer beweging komen in de bevroren levens van mensen die in ziekenhuizen werken. Ze doen niets bewust verkeerd en hebben prachtige vaardigheden. Ze zijn zich alleen vaak niet bewust van hun eigen gevoelens en emoties en daardoor niet betrokken op wat er gaande is en nodig is. Dank je wel, ik heb tranen om de kracht die je toont en de liefde die zo voelbaar is.
    Liefs Anne

    1. Hartelijk dank Anne voor je reactie. Het is ongelooflijk moeilijk, lijkt me om in een ziekenhuis te werken en niet op de automatische piloot te gaan. Maar er zijn velen die dit kunnen, zij vormen een prachtvoorbeeld. Er was gelukkig een verpleegster die in de ochtend mijn tranen heeft opgevangen. Achteraf zag ik haar dikke buik; ja ik ben zwanger van een tweeling! Over toeval gesproken.

  3. Zeker erkenning. En wat fijn dat je over ze kunt blijven praten en delen. Alle verdriet én liefde voor jouw mannetjes. Ik heb zoiets niet zelf meegemaakt maar leef met je mee. Voor altijd verbonden ?.

  4. Boukje dank je wel voor het delen van jouw verhaal! Het raakt me op vele vlakken. Jouw liefde, weten en voelen zó duidelijk. Artsen moeten de intuïtie van een moeder, een vrouw serieus nemen! Jij weet en voelt wat er is.
    Het raakt me ook omdat ik weet dat er nog heel wat te doen is in de wereld van de hulpverlening. Ik spreek uit ervaring. Ik was verbijsterd tijdens mijn coschappen gynaecologie. Verbijsterd hoe artsen / verpleegkundigen een soort van ” uitgechecked” zijn tijdens heftige gebeurtenissen. Nu begrijp ik beter waarom; je kunt alleen in rust en liefde, volledig aanwezig in een dergelijke situatie blijven staan als je je eigen wonden omtrent een thema hebt geheeld.
    Moedig om je verhaal naar buiten te brengen!

    1. Dank Nicolette voor je reactie. Je schrijft dat je verbijsterd bent. Verbijsterd omdat het gebeurd (dat artsen en hulpverleners geen aandacht hebben voor hun patient) en wellicht ook omdat het niet voldoende aandacht krijgt in de praktijk. Maar dit is dus omdat er geen scholing ofwel ‘heling’ was tijdens de opleiding, denk je? Heel interessant gegeven. Voor mij is het een voorwaarde om heden een goed afscheidsfotograaf te zijn; om zelf goed met verdriet om te kunnen gaan. Ik heb een opleiding neergezet voor fotografen om een Bekwaam Afscheidsfotograaf te worden. Een van de taken is om je eigen verlies te erkennen en goed te kijken naar of je wel ‘geheeld’ bent. Stil staan bij je eigen wonden, hoe groot of klein ook, geven je inzicht in je eigen capaciteit tot het geven van liefde en er zijn voor die ander. Ik ga ervan uit dat jij dit kunt, aangezien jouw reactie. Fijn dat je je kunt ‘openen’ en mijn verhaal zo kan waarderen. Dank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *